Kenmerken Montessorionderwijs
Aandacht voor eigenheid
Er wordt rekening gehouden met de eigenheid van elk kind en er wordt naar gestreefd elk kind dat te bieden wat het nodig heeft om te kunnen groeien. Het ene kind is heel verlegen en leert zich meer te uiten. Het andere kind is snel driftig en leert daarmee om te gaan.
Elk kind heeft talenten en die worden benoemd en gewaardeerd. Het ene kind kan bijvoorbeeld goed rekenen en het andere kind kan goed troosten.
Vrije werkkeuze/individueel werken
Elk kind doet dat werk dat met voldoende inspanning een goed resultaat oplevert. Het werk is afgestemd op het niveau van het kind en de leerstijl. Het werk is voor het kind net niet te makkelijk en net niet te moeilijk.
Door observatie van de kinderen en gesprekjes met elk kind weet de leerkracht waar het kind aan toe is en wat voor dat kind de volgende leerstap is. De leerkracht geeft individuele lesjes en biedt de keuzemogelijkheden aan.
Het kind kan kiezen wanneer en op welke manier het werk gedaan wordt, als het maar wel aan het eind van een bepaalde periode de benodigde leerdoelen heeft gehaald. Deze doelen liggen vast en zijn overeenkomstig de kerndoelen van het basisonderwijs. Voor kinderen die snel leren is het heerlijk om nooit te hoeven wachten tot de rest van de klas klaar is.
Voor kinderen die wat meer moeite met de leerstof hebben, is het fijn om door de juiste keuze van het werk toch steeds succeservaringen te hebben en niet het gevoel te hebben niet mee te kunnen.
Kinderen leren in de acht jaar basisonderwijs alle lesstof die ze op een andere school ook leren en meer dan dat.
Ze leren het op hun eigen manier en blijven leergierig.
Ze bouwen een positief zelfbeeld op.
Verantwoordelijkheid
We stimuleren de kinderen hun eigen verantwoording te nemen, zowel voor hun gedrag als voor hun werk.
Dit betekent dat we de kinderen zelf leren beseffen wat ze wel en niet weten en dat ze vragen leren stellen en hulp vragen wanneer dat nodig is.
Ze zijn zelf de enigen die kunnen weten of ze iets echt goed snappen of niet.
In die zin is iedereen zelf verantwoordelijk voor het eigen leerproces.
Wat betreft het gedrag leren ze reflecteren op hun eigen handelen en conflicten op te lossen.
Het verantwoordelijkheidsgevoel strekt zich ook uit naar de kinderen van de eigen groep, van de hele school : zorgen voor elkaar
Ook de omgeving valt onder de verantwoordelijkheid.
We leren de kinderen verantwoordelijkheid te nemen voor het eigen klaslokaal, het schoolgebouw en het plein, maar ook voor het milieu.
We scheiden bijvoorbeeld het afval en zijn erg energiebewust.
Zelfstandigheid
De kinderen worden gestimuleerd zelfstandig al die dingen te doen die binnen hun vermogen liggen. Als een kleuter heeft leren veters strikken, dan strikken ze voortaan zelf hun veters. Als kinderen in een woordenboek moeilijke woorden hebben leren opzoeken, pakken ze elke keer als ze in een tekst een moeilijk woord tegenkomen een woordenboek.
Ook stimuleren we hen zelf initiatieven te ontplooien.

Delen?